Kinderen en BCG vaccinatie

voor inwoners, met gemeenten

In Nederland worden kinderen, van wie de ouders uit een land komen waar veel tuberculose voorkomt, gevaccineerd tegen deze ziekte. Jonge kinderen kunnen erg ziek worden van tuberculose.

Kinderen en BCG vaccinatie

De BCG (Bacillus Calmette-Guérin)-vaccinatie is de vaccinatie tegen tuberculose. Het vaccin bevat levende verzwakte tuberkelbacteriën. Deze zorgen ervoor dat het lichaam afweerstoffen maakt tegen deze bacterie. De BCG kan op zeer jonge leeftijd gegeven worden. De BCG-vaccinatie biedt geen 100% bescherming tegen het ontwikkelen van tuberculose. Het biedt wel bescherming tegen de meest ernstige vormen en complicaties van tuberculose op jonge leeftijd.

Bij de BCG-vaccinatie wordt er in de huid van de linker bovenarm een beetje vloeistof gespoten. Op de plaats van de vaccinatie kan na 4-8 weken een zweertje ontstaan. Deze verdwijnt na een aantal maanden en laat dan een litteken achter op de linker bovenarm.

Uit de gemeentelijke basisadministratie krijgen wij informatie als één of beide ouders zijn geboren in een land waar veel tuberculose voorkomt. Het is raadzaam uw kind te laten vaccineren als uw kind in de toekomst dit land gaat bezoeken of regelmatig contact heeft met mensen die dit land bezocht hebben.

Wanneer uw kind al op vakantie is geweest krijgt het eerst een tuberculinehuidtest (Mantoux) om te controleren of uw kind niet al geïnfecteerd is met de tuberculosebacterie. Bent u korter dan twee maanden terug van de reis neem dan contact op met de afdeling tuberculosebestrijding.

Het duurt enkele weken voordat de BCG-vaccinatie gaat werken. Koorts na de vaccinatie is daarom niet het gevolg van de vaccinatie, maar heeft over het algemeen een andere oorzaak.